Van een regeling die voorschrijft dat bij infrastructurele werken 1% aan kunst en cultuur wordt besteed, hadden we al eens gehoord. Toch riep het blauw verven van de panden rond het station, enkele maanden voor hun sloop, kritiek op.
"De spoortunnel is toch al duur genoeg? [...] Aan sommige van die huizen is (tientallen) jaren geen onderhoud gepleegd; en dan nu gaan verven? [...] Wat hebben we aan zo'n smurfendorp? [...] Ik dacht dat het crisis was..."
Ook ik zag er aanvankelijk het nut niet van in. Maar nu het een fraai en creatief Delfts Blauw kunstwerk is geworden, zal menig voorbijganger even aan het denken worden gezet. Delft markeert hiermee een belangrijke wijziging in de stad.
Trots, gedenkwaardigheid en stijl zijn helaas geen woorden die doorgaans de openbare ruimte van Nederland beschrijven. Het mag weleens meer dan alleen functioneel zijn.
En gek genoeg hebben overheden die minder te besteden hebben meer voor dit soort zaken over. Grote fonteinen in Italië, gigantische vlaggenmasten in Mexico (
waar ik eerder al eens over schreef)...
Komt dergelijk vertoon te ver boven het Hollandse maaiveld? Of lossen we liever echte problemen met ons geld op? Politiek is keuzes maken, en als het mij vraagt zijn we hierin nog te nuchter.
In Delft is, na enig politiek geharrewar, eindelijk een Europese vlaggenmast opgericht. Ook heeft het college een Ambitienota Openbare Ruimte vol hoogdravend taalgebruik opgesteld.
Wellicht gaan we nu langzaam de goede kant op?