Graag reageer ik op de
ingezonden brief van Martin Stoelinga vorige week, over de sluiting van Café de Sport als gevolg van vermeende drugshandel.
Spreekt hier de fractievoorzitter van Onafhankelijk Delft, over het beleid van de burgemeester? Of is het de eigenaar van het pand van Café de Sport die zijn frustratie uit? Vanwege deze dubbele pet zat Stoelinga tijdens het gemeenteraadsdebat hierover op de publieke tribune. Merkwaardig dat hij alsnog in de openbaarheid treedt over dit onderwerp.
Erger vind ik dat hij raads- en collegeleden voor leugenaars, laffe ja-knikkers en kleine kinderen uitmaakt.
Stoelinga weet dat de sluiting van het café geen strafrechtelijke zaak is, maar een rechtstreeks voortvloeisel van de opiumwet die de burgemeester voorschrijft dit soort locaties tijdelijk uit de roulatie van het drugscircuit te nemen. Of het personeel nu maatregelen heeft genomen of niet. Dat betekent dat buurthuis De Wending niet voorgetrokken wordt, maar gewoon al dicht was wegens verbouwing en dus geen sluitingsbevel behoefde. De sluiting is vervelend voor het café, maar is geen straf en dus al helemaal geen oneerlijke straf.
Stoelinga weet dat allemaal, maar negeert dat blijkbaar bewust en spiegelt mensen een andere werkelijkheid voor. En dat is jammer. Een discussie begint bij het erkennen van de feiten; populisme bij het ontkennen daarvan.